Rb. 's-Gravenhage 19 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3601
Ten aanzien van het primaire standpunt van verzoekster dat de Terugkeerrichtlijn, gelet op art. 1, aanhef en onder b, van het Tijdelijk besluit, niet op haar van toepassing is nu haar de toegang is geweigerd op grond van art. 3 Vw 2000, oordeelt de voorzieningenrechter als volgt. Verzoekster valt niet onder de uitzonderingsgevallen als bedoeld in het Tijdelijk besluit. Op grond van art. 1 van dit besluit, alsmede uit de Nota van Toelichting bij dit besluit (bladzijde 6), blijkt dat de Terugkeerrichtlijn dan pas niet van toepassing is, indien de betreffende persoon nimmer rechtmatig verblijf als bedoeld in art. 8 Vw 2000 heeft gehad. Nu verzoekster op grond van haar asielaanvraag wel rechtmatig verblijf als bedoeld in voornoemd artikel heeft gehad, is de Terugkeerrichtlijn dan ook onverkort op haar van toepassing. Ten aanzien van het subsidiaire standpunt van verzoekster dat haar ten onrechte geen vertrektermijn is geboden, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. (…) De voorzieningenrechter is van oordeel dat aan verzoekster geen vertrektermijn geboden hoefde te worden nu voldaan wordt aan drie van de in het eerste lid van art. 5.1b van het Vb 2000 genoemde omstandigheden voor het aannemen van een risico dat verzoekster zich aan het toezicht zal onttrekken als bedoeld in art. 6.1, lid 1 Vb 2000, juncto art. 5.1b Vb 2000. Verweerder was dan ook bevoegd verzoekster een vertrektermijn te onthouden. Het beroep van verzoekster op de uitspraak van Rb. ’s-Gravenhage, zittingsplaats te Haarlem, van 27 maart 2012 (AWB 12/8299 en 12/8297) kan niet slagen nu dit geen vergelijkbaar geval betrof. In die zaak was immers vast komen te staan dat het ontbreken van documenten als bedoeld in art. 31, lid 2 onder f, van de Vw 2000, ten onrechte was tegengeworpen en dat het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats niet langer werd tegengeworpen, zodat er slechts één omstandigheid ten grondslag lag voor het aannemen van het risico op onderduiken. In casu is verzoekster echter wel toerekenbaar ongedocumenteerd, heeft zij geen vaste woon- of verblijfplaats en beschikt zij niet over voldoende middelen van bestaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl