Rb. 's-Gravenhage 12 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3482
Aanvraag Turkse zelfstandige en terugkeervisum Arbeid als zelfstandige Nu de onderneming van eiser waarop de aanvraag ziet per 27 oktober 2011 is opgeheven, voldoet eiser reeds daarom niet aan het doel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd. Dat eiser per 27 oktober 2011 arbeid als zelfstandige verricht onder de naam “Favorie Autopoetsbedrijf”, welke eenmanszaak is geregistreerd onder hetzelfde nummer bij de Kamer van Koophandel, doet daar niet aan af. Het betreft immers een ander bedrijf en andere werkzaamheden. Om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning ten behoeve van de werkzaamheden die eiser thans verricht in het bedrijf “Favorie Autopoetsbedrijf” dient eiser een nieuwe aanvraag in te dienen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser derhalve geen procesbelang bij het onderhavige beroep, nu hij daardoor niet in een materieel gunstiger positie kan geraken. De rechtbank volgt voorts niet de stelling van eiser ter zitting dat zijn belang is gelegen in de vaststelling van het recht op een verblijfsvergunning voor het doel “arbeid als zelfstandige” tot 27 oktober 2011, omdat hij in dat geval een aanvraag kan indienen voor voortgezet verblijf, dan wel arbeid als zelfstandige, waarbij hij aanspraak zou kunnen maken op vrijstelling van het mvv-vereiste. Eiser heeft namelijk niet gesteld dat een dergelijke aanvraag is ingediend. Een nog in te dienen aanvraag voor een verblijfsvergunning is een onzekere toekomstige gebeurtenis waaraan evenmin procesbelang kan worden ontleend. Terugkeervisum De rechtbank stelt vast dat eiser op 31 augustus 2010 een terugkeervisum heeft aangevraagd, waarop verweerder in primo en vervolgens in bezwaar bij besluit van 16 maart 2011 afwijzend heeft beslist. Gelet daarop, ligt thans ter toetsing voor of verweerder het door eiser gevraagde terugkeervisum terecht heeft geweigerd en niet de vraag of de verplichting van een terugkeervisum al dan niet in strijd is met artikel 41 van het Aanvullend Protocol. De beroepsgronden die eiser in dit kader heeft aangevoerd, zoals weergegeven in rechtsoverweging 2.10, laat de rechtbank derhalve buiten beschouwing. Anders dan eiser, is de rechtbank van oordeel dat ten tijde van het bestreden besluit van 16 maart 2011 geen sprake was van rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw. Weliswaar had eiser op grond van de hiervoor genoemde uitspraak van 15 juli 2010, inzake de verblijfsrechtelijke procedure “arbeid als zelfstandige” aanvankelijk rechtmatig verblijf, maar dit rechtmatig verblijf is geëindigd op 15 maart 2011 met de afwijzende beslissing van verweerder van 15 maart 2011 in die verblijfsrechtelijke procedure. Eisers aanvraag van 5 mei 2011 om afgifte van een document in de zin van artikel 9 Vw, levert evenmin rechtmatig verblijf op in de zin van het beleid in A4/4.3.3.2 Vc. Een dergelijke aanvraag levert immers geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw op. Nu eiser ten tijde van het bestreden besluit geen rechtmatig verblijf had, heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een terugkeervisum. Verweerder heeft voorts, in de door eiser aangevoerde omstandigheden, geen aanleiding hoeven zien om met toepassing van artikel 4:84 Awb alsnog een terugkeervisum te verlenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl