Rb. 's-Gravenhage 17 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3353

Eisers (man, vrouw en dochter) verblijven sinds 2004 in Nederland. In 2009 doen eisers aangifte van mensenhandel/uitbuiting door een beheerder van de noodopvang waar zij onderdak hebben gekregen tijdens illegaal verblijf hier te lande. In verband met die aangiften krijgen eisers verblijfsvergunningen op grond van het beleid inzake slachtoffers van mensenhandel (het B9-beleid). Na onderzoek seponeert het OM de strafzaak omdat er onvoldoende bewijs is. Tegen die sepotbeslissing dienen eisers een klacht in bij het gerechtshof. Het hof wijst de klacht af. Daarop trekt verweerder de B9-verblijfsvergunningen in. Voorts weigert verweerder eisers voortgezet verblijf, reeds omdat niet wordt voldaan aan het paspoortvereiste. Eisers stellen dat zij, en met name hun dochter die inmiddels achttien jaar is, in de Nederlandse samenleving zijn geïntegreerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het paspoortvereiste aan eisers heeft kunnen tegenwerpen. Eisers kunnen aan artikel 8 van het EVRM geen recht op voortgezet verblijf ontlenen. De lange duur van het verblijf in Nederland is grotendeels een gevolg van de verschillende verblijfsrechtelijke procedures die eisers hebben doorlopen. Daarnaast hebben zij enige tijd illegaal hier te lande verblijven. De verblijfsvergunningen op grond van het B9-beleid waren tijdelijk. Het lange verblijf van eisers in Nederland is verweerder al met al niet toe te rekenen. Het beroep is ongegrond. De rechtbank merkt, meer in het algemeen, nog het volgende op. In het Nederlandse vreemdelingenrecht geldt als regel dat de geldigheid van een verblijfsvergunning die is verleend op grond van het B9-beleid, "per definitie" doorloopt tot het gerechtshof heeft beslist op een klacht van de vreemdeling tegen de sepotbeslissing van het OM. De rechtbank overweegt dat haar voorshands ontgaat waarom dit zo is bepaald, gelet op de ratio van het B9-beleid. Deze regel kan meebrengen dat de betreffende vreemdeling een klacht bij het gerechtshof indient, uitsluitend om daarmee zijn rechtmatig verblijf in Nederland op grond van een verblijfsvergunning te verlengen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen