Rb. 's-Gravenhage 18 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3100
Vreemdeling is gehoord door tolken die niet zijn beëdigd, omdat er voor de talen die de vreemdeling sprak geen registertolk beschikbaar was. Op grond van artikel 28, vierde lid van de Wet beëidigde tolken en vertalers (WBTV) dient van een dergelijke tolkdoor verweerder een recente verklaring omtrent gedrag (vog) te worden overgelegd. Ter zitting is gebleken dat er wel een vog voor beide tolken lag, maar deze waren niet recent. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee geen sprake van schending van artikel 28, vierde lid, Wbtv. Uit de Memorie van toelichting van de Wbtv komt naar voren dat de integriteit van de tolken en vertalers moet zijn gewaarborgd. Uit de door verweerder ter zitting gegeven informatie omtrent beide tolken volgt genoegzaam dat de kwaliteit en integriteit van de tolken is gewaarborgd. Met het oog op een redelijke wetstoepassing kan niet van verweerder worden verlangd dat, voorafgaand aan elke keer dat een niet-register tolk wordt ingeschakeld, een recente vog wordt overgelegd. Voorts is van belang dat van communicatieproblemen tussen verzoeker en de tolken niet is gebleken.
De uitspraak op rechtspraak.nl