Rb. 's-Gravenhage 13 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2966

Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod. Een eerdere afwijzing van een verblijfsvergunning van 14 februari 2011 dient tevens als terugkeerbesluit te worden aangemerkt. Nu is gesteld noch gebleken dat eiseres na 14 februari 2011 de Europese Unie heeft verlaten, is dit terugkeerbesluit nog steeds van kracht. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat het terugkeerbesluit van 22 maart 2011 niet als besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan gelden. Het beroep, voor zover dat is gericht tegen het terugkeerbesluit, dient daarom niet ontvankelijk te worden verklaard. Nu het terugkeerbesluit, waarin het inreisverbod is vervat, niet als besluit kan worden aangemerkt, is het inreisverbod geen onderdeel van een besluit, maar een zelfstandig besluit. De rechtbank stelt vast dat het inreisverbod niet is opgenomen in artikel 75 van de Vw, zodat tegen een inreisverbod geen rechtstreeks beroep, maar bezwaar openstaat. De rechtbank zal het beroep, voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod, aan verweerder doorzenden om als bezwaar te worden behandeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen