Rb. 's-Gravenhage 28 maart 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1089

De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet kan volhouden dat slechts sprake is van een gewijzigde feitelijke situatie, nu verweerder de feitelijke situatie vóór 2011 niet heeft onderzocht. (…) Veeleer lijkt sprake te zijn van een gewijzigde uitvoeringspraktijk, te weten een verscherpte controle op het bestaan van prioriteitgenietend aanbod, dan wel een verscherpt toezicht op de inspanningen die moeten worden verricht om het prioriteitgenietend aanbod te bereiken. Een dergelijk verscherpt handhaven van een bestaand criterium is in strijd met de Standstill-bepaling (zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 2 februari 2011 (LJN: BP2822)). Verweerder heeft, naast zijn standpunt dat in het algemeen voldoende prioriteitgenietend aanbod beschikbaar is, ook per individuele werkgever beoordeeld of sprake is van voldoende prioriteitgenietend aanbod. (…) De rechtbank is van oordeel dat de beoordeling van verweerder, aan de hand van het Stappenplan 2009, of een werkgever voldoende wervingsinspanningen heeft verricht, niet in strijd is met de Standstill-bepaling, zolang althans deze beoordeling niet strenger is dan voorheen. (…) De rechtbank is van oordeel dat verweerder ook ter zake hiervan onvoldoende heeft gemotiveerd dat geen sprake is van een ontoelaatbare aanscherping van beleid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen