Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0311
Afwijzing aanvraag van een ervaren gerechtelijk deskundige om inschrijving in het Nederlands register gerechtelijk deskundigen. Handhaving van deze afwijzing in bezwaar houdt in beroep stand. De rechtbank acht de door verweerder vastgestelde Registratie-eisen FPPO, waaraan de aanvraag van eiser is getoetst, niet rechtens onjuist of onredelijk. Eiser voldoet niet aan het vereiste van het gevolgd hebben van een relevant postdoctorale opleiding als in de Registratie-eisen FPPO nader omschreven of een daarmee vergelijkbare opleiding. Reeds op deze grond komt hij niet voor inschrijving in aanmerking. Voor inschrijving moet immers worden voldaan aan alle vereisten van artikel 12, tweede lid, van het Besluit register deskundige in strafzaken. Eiser komt evenmin in aanmerking voor voorwaardelijke inschrijving, zoals geadviseerd door de Toetsingsadviescommissie en de Bezwaaradviescommissie, omdat de vastgestelde tekortkomingen van eiser niet alleen de forensische aspecten van het functioneren als gerechtelijk deskundige betreffen. De voorwaardelijke inschrijving van artikel 19 is door de regelgever uitdrukkelijk bedoeld als een "instroomregeling" voor aanvragers die op forensisch gebied nog niet volledig aan de kwaliteitseisen voldoen, maar wel volledig aan alle overige kwaliteitseisen. Verweerder heeft de afwijking van beide adviezen voldoende gemotiveerd. De door de beide adviescommissies gevolgde toetsingsprocedure is gebaseerd op de beoordeling van de door eiser voorgelegde rapportages aan de hand van vooraf vastgestelde criteria. Geen sprake van toeval of willekeur of van onvoldoende deskundigheid in beide adviescommissies. Voor toekenning van een schadevergoeding als door eiser gevorderd bestaat geen grond. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl