Rb. 's-Gravenhage 27 maart 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0018

Aanbesteding - Openbaar vervoer bus Haaglanden-Stad. De vraag die beantwoord dient te worden is of Haaglanden met de informatie die zij aan de inschrijvers heeft verstrekt en met de wijze waarop de aanbestedingsprocedure is ingericht een voldoende mate van ‘level playing field’ heeft gecreëerd en daarmee invulling heeft gegeven aan het beginsel van gelijke behandeling van inschrijvers en het waarborgen van gelijke kansen. Daarbij geldt dat op de aanbestedende dienst geen verplichting rust om alle inschrijvers op voorhand in een gelijkwaardige positie te brengen. De slotsom is dat de vorderingen van Veolia, met uitzondering van het gevorderde verbod om gebruik te maken van een gewijzigde gunningssystematiek, afgewezen worden. Veolia zal, als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van Haaglanden en HTM, alsmede (deels voorwaardelijk) in de nakosten ten behoeve van HTM, zoals gevorderd uitvoerbaar bij voorraad ten aanzien van HTM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen