Rb. 's-Gravenhage 3 februari 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV5925
De gemachtigde van de vreemdelinge heeft ter zitting aangegeven dat de vreemdelinge van haar arts een groene post-it had ontvangen, met daarop enige tekst. Verzocht is door de vreemdelinge of deze post-it kon worden gefaxt naar haar gemachtigde. Dit is geweigerd door een medewerker bewaking waarbij haar is medegedeeld dat zij met de post-it naar de medische dienst dient te gaan. Nadat de gemachtigde heeft verzocht de post-it alsnog te faxen heeft een medewerker van het Detentiecentrum Rotterdam hem de inhoud voorgelezen en aangegeven dat de post-it niet zou worden gefaxt nu het geen dringend document betrof. Diezelfde dag is de vreemdelinge in de gelegenheid gesteld de post-it naar haar gemachtigde te sturen. Ten aanzien van de stelling van de gemachtigde dat verweerder met deze gang van zaken in strijd heeft gehandeld met artikel 104 van de Vw 2000 en het fair play-beginsel overweegt de rechtbank als volgt. Als al sprake zou zijn van schending van artikel 104 van de Vw 2000, heeft dit niet zonder meer tot gevolg dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is. Dit gebrek maakt de inbewaringstelling, indien aan alle in de wet gestelde vereisten daarvoor is voldaan, eerst onrechtmatig, indien de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Gelet op deze omstandigheden en nu uit hetgeen de vreemdeling naar voren heeft gebracht niet valt op te maken of en zo ja welke nadelige gevolgen zij van de schending van artikel 104 van de Vw 2000 heeft ondervonden, bestaat geen grond voor het oordeel dat de met de bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding staan tot de ernst van het gebrek en de daardoor geschonden belangen. Evenmin is sprake van schending van het fair play-beginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl