Rb. 's-Gravenhage 20 december 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:29423

Uit de tekst van artikel 13, derde lid, van de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Wion) volgt naar het oordeel van de rechtbank dat uitsluitend indien de beheerder heeft aangegeven dat hij voorzorgsmaatregelen treft, de grondroerder de graafwerkzaamheden niet aanvangt dan nadat de beheerder deze voorzorgsmaatregelen heeft getroffen. In het geval de beheerder niet heeft aangegeven voorzorgsmaatregelen te treffen, dan is de grondroerder op grond van artikel 13, derde lid, van de Wion niet verplicht de aanvang van de werkzaamheden uit te stellen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de door verweerder, onder verwijzing naar de Memorie van Toelichting, voorgestane uitleg van artikel 13, derde lid, van de Wion, op grond waarvan de bevoegdheid van verweerder tot oplegging van een boete in het voorliggende geval zou moeten worden ingelezen in deze bepaling, niet verenigbaar met het legaliteitsbeginsel. Dit beginsel, dat thans is gecodificeerd in artikel 5:4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), eist een wettelijke grondslag voor een bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie. Deze grondslag is in het voorliggende geval niet gegeven. In dit verband overweegt de rechtbank het volgende. In de brieven van de beheerder aan eiseres van 12 april 2010 noch in de e-mail van 15 april 2010 wordt aangegeven dat de beheerder voorzorgsmaatregelen treft. Ook is dit niet aangegeven in de informatie die eiseres van de Dienst heeft ontvangen naar aanleiding van haar graafmeldingen. Daarbij komt dat niet gemotiveerd betwist is dat eiseres op 16 april 2010 nog telefonisch contact heeft gehad met de beheerder over diens eerdere brieven en dat laatstgenoemde ook bij die gelegenheid niet heeft aangegeven voorzorgsmaatregelen te willen treffen. Gelet hierop gold voor eiseres niet de verplichting van artikel 13, derde lid, van de Wion het treffen van voorzorgsmaatregelen door de beheerder af te wachten alvorens met de graafwerkzaamheden aan te vangen. Weliswaar is door de beheerder in vorengenoemde stukken vermeld dat niet gestart mag worden met de werkzaamheden maar eiseres had hier in geen aanleiding hoeven zien de graafwerkzaamheden uit te stellen. Artikel 13 noch enige andere bepaling van de Wion bepaalt dat de grondroerder toestemming van de beheerder nodig heeft alvorens hij de graafwerkzaamheden mag gaan uitvoeren. Gelet op het systeem van de wet is het aan de beheerder om duidelijk en ondubbelzinnig aan te geven of hij al dan niet voorzorgsmaatregelen treft. Het standpunt van verweerder dat eiseres ook bij gebrek aan deze duidelijkheid de uitlatingen van de beheerder op juiste wijze moet interpreteren op straffe van een boete, staat op gespannen voet met deze systematiek en is bovendien in strijd met het beginsel van rechtszekerheid. Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat verweerder niet bevoegd was eiseres een boete op te leggen wegens overtreding van artikel 13, derde lid, van de Wion.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen