Rb. 's-Gravenhage 9 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BV7198

Eiseres heeft verzocht om een subsidie uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) voor het project “Scholingsprogramma Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis 2005-2007”. Partijen zijn het er thans over eens dat CWZ niet aanbestedingsplichtig is op grond van de EU-regelgeving. Ter beoordeling staat of eiseres desondanks gehouden was de opleidingen aan te besteden op grond van het besluit tot subsidieverlening, waartegen geen bezwaar is gemaakt. Overwogen wordt dat het besluit tot subsidieverlening enkel vermeldt dat eiseres de Europese voorschriften voor (openbare) aanbesteding dient te respecteren. Ook in de HPA is niet meer opgenomen dan dat aanvragers zijn gehouden aan de Europese regels inzake openbare aanbesteding. De rechtbank stelt vast dat er vanaf eind 2004 tot eind 2008 juridische onduidelijkheid is geweest over de al dan niet van toepassing zijnde aanbestedingsplicht voor algemene ziekenhuizen zoals CWZ en dat partijen hierover voortdurend hebben gediscussieerd. Gelet hierop kan niet worden staande gehouden dat sprake is van een aanbestedingsplicht die niet afhankelijk is van de ontwikkelingen in de jurisprudentie over de aanbestedingplicht voor algemene ziekenhuizen. Dat verweerder zich in deze discussie steeds op het standpunt heeft gesteld algemene ziekenhuizen als publiekrechtelijke instellingen te beschouwen, waarop een aanbestedingsplicht van toepassing was, maakt dit niet anders. Evenmin leidt de ter zitting door verweerder naar voren gebrachte stelling dat eiseres bij de aanvraag heeft vermeld dat zou worden aanbesteed tot het oordeel dat eiseres, ongeacht de uitkomst van de juridische discussie, gehouden was aan te besteden. Verweerder was dan ook niet bevoegd een korting op de subsidiabele kosten toe te passen vanwege het niet aanbesteden van de opleidingen. De beroepsgrond dat verweerder ten onrechte een korting heeft toegepast in verband met de steekproefmethodiek van KPMG slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank hoeft verweerder bij het bepalen van de subsidiabele kosten de tolerantie van 1% die KPMG hanteert ten behoeve van het afgeven van een goedkeurende verklaring niet over te nemen. Verweerder heeft immers geen zekerheid dat de kosten noodzakelijk en daadwerkelijk zijn gemaakt voor het project als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Subsidieregeling ESF-3.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen