Rb. 's-Gravenhage 3 oktober 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0306
Verzoek tot wraking van meervoudige strafkamer. Volgens verzoeker heeft de meervoudige strafkamer blijk gegeven van vooringenomenheid door de verdediging niet een half uur langer te laten pleiten dan de tijd die voor het pleidooi gepland stond. De wrakingskamer stelt voorop dat het bewaken en handhaven van de zittingstijd en de toegekende tijd voor het requisitoir en het pleidooi - zeker in megazaken - zonder meer noodzakelijk is. Uit de wijze waarop de voorzitter tijdens de pleidooien op 29 en 30 september 2011 het tijdschema heeft gehanteerd zou de indruk kunnen ontstaan dat het handhaven van dit tijdschema zwaarder woog dan kennisname van de inhoud van de pleidooien. Anderzijds stelt de wrakingskamer vast dat de voorzitter in antwoord op het verzoek van mr. Koppe om vooraf de garantie te krijgen dat hij tot 17.30 uur mocht pleiten, na beraadslaging in raadkamer, heeft doen weten dat de meervoudige kamer zich in beginsel aan de gemaakte tijdsafspraken wenste te houden, maar daarbij nadrukkelijk de mogelijkheid heeft opengehouden dat enige coulance ten aanzien van de spreektijd zou worden gegund. Nu aldus een beslissing om de toegemeten tijd voor het pleidooi niet te verlengen (nog) niet daadwerkelijk was genomen, vormt de enkele weigering om reeds vooraf de toezegging te doen tot 17.30 uur te mogen pleiten, naar het oordeel van de wrakingskamer geen reden om aan te nemen dat sprake is van vooringenomenheid dan wel dat de schijn van vooringenomenheid is gewekt. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl