Rb. 's-Gravenhage 21 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9598
BEWARING. Zicht op uitzetting. De Rb. is van oordeel dat van een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Oezbekistan geen sprake is. Eiser heeft aangevoerd dat er geen vooruitzicht op verwijdering naar Oezbekistan bestaat en heeft daartoe verwezen naar een brief van DT&V aan mr. Senczuk van 20 juni 2011. In die brief is meegedeeld, voor zover thans van belang, dat in de periode van 1 januari 2008 tot en met 16 juni 2011 circa 20 laissez-passeraanvragen zijn ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Oezbekistan. In de genoemde periode heeft de DT&V in circa 15 zaken een antwoord ontvangen op het ingediende verzoeken om een laissez passer, waarvan één laissez-passertoezegging. Eiser heeft aldus afdoende onderbouwd dat er ernstig getwijfeld moet worden aan het vooruitzicht op verwijdering naar Oezbekistan. Verweerder heeft geen recent cijfermateriaal of andere informatie overgelegd op basis waarvan deze ernstige twijfels kunnen worden weggenomen. De gemachtigde van verweerder heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de Rb. Tegen deze achtergrond is de Rb. van oordeel dat van een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Oezbekistan geen sprake is.
De uitspraak op rechtspraak.nl