Rb. 's-Gravenhage 8 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8572

De rechtbank is van oordeel dat gedaagde door de familiebanden op een negatieve manier te beïnvloeden en A, die al op leeftijd was en daardoor ook afhankelijker werd van de mensen om hem heen, af te zonderen van zijn sociale omgeving het doel heeft voorgezeten om zijn drie dochters als het ware buiten spel te zetten en zichzelf tot enig erfgenaam te laten benoemen. Daarom verklaart de rechtbank voor recht dat gedaagde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen rechten kan ontlenen aan de uiterste wilsbeschikking die A in het testament van 23 mei 2008 heeft gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen