Rb. 's-Gravenhage 6 december 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8355

Hoewel volgens het door verweerder geformuleerde beleid, zoals neergelegd in paragraaf C14/5 van de Vc 2000, de ambtshalve verlening plaatsvindt in het kader van de asielprocedure en daaruit zou kunnen worden afgeleid dat dit ook geldt voor de in artikel 3.17a, eerste lid, aanhef en onder d, van het VV 2000 opgenomen toetsing aan artikel 8 EVRM, ziet de voorzieningenrechter thans - anders dan in de uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 27 september 2011 (LJN BT8660) - geen grond voor het oordeel dat verweerder in het onderhavige geval gehouden was in de asielprocedure ambtshalve te beoordelen of verzoekster op grond van artikel 8 van het EVRM verblijf moet worden toegestaan. Doorslaggevend acht de voorzieningenrechter in dit verband de toelichting op de toevoeging van artikel 3.17a, aanhef en onder d, van het VV 2000, waarop ook verweerder ter zitting uitdrukkelijk een beroep heeft gedaan. Verweerder heeft derhalve terecht afgezien van een ambtshalve beoordeling van de opvolgende aanvraag aan artikel 8 van het EVRM.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen