Rb. 's-Gravenhage 26 oktober 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7257

Nu verweerder de conclusie dat verzoeker een gevaar vormt voor de openbare orde enkel heeft gebaseerd op de omstandigheid dat verzoeker niet heeft aangegeven waarom hij is gedetineerd in voornoemd Psychiatrisch Centrum te Scheveningen, heeft verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende gemotiveerd dat geen verbetering in verzoekers gedrag is opgetreden en verzoeker om die reden nog steeds een actueel gevaar voor de openbare orde vormt. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat, zoals door gemachtigde van verzoeker ter zitting is gesteld, uit het verslag van de hoorzitting van 19 mei 2011 niet blijkt dat aan verzoeker is gevraagd waarom hij thans in het Psychiatrisch Centrum is gedetineerd. Daarbij in aanmerking genomen dat de verblijfsbeëindiging een vergaande inbreuk op een fundamenteel recht betekent, dat diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer, en waarmee terughoudend dient te worden omgegaan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het besluit in dit opzicht niet deugdelijk is gemotiveerd. De door verzoeker op 18 oktober 2011 overgelegde gespreksverslagen uit het gedragskundig dossier van verzoeker, kan verweerder bij het nemen van de beslissing op bezwaar betrekken. Gelet op het hiervoor overwogene is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De overige gronden behoeven thans geen (verdere) bespreking. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen in die zin dat de rechtsgevolgen van het besluit om verzoekers verblijf te beëindigen en ongewenst te verklaren worden geschorst en verweerder zal worden verboden om verzoeker uit te zetten tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat het aan het openbaar ministerie en eventueel de strafrechter is om te bepalen welke strafrechtelijke consequenties aan de bestuursrechtelijke schorsing van de rechtsgevolgen van het besluit tot ongewenstverklaring dienen te worden verbonden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen