Rb. 's-Gravenhage 7 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7243

De rechtbank ziet, ook gelet op hetgeen eiser heeft aangevoerd, geen aanleiding om een onderscheid aan te brengen in de toetsing van het beroep gericht tegen de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel en het beroep gericht tegen het verlengingsbesluit. De rechtbank zal de beroepen gelet op de samenhang tussen beide in het navolgende tezamen bespreken. Gelet op het vorenstaande heeft verweerder op goede gronden overwogen dat de verwijdering van eiser, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen. Evenzeer heeft verweerder bij de verlenging van de maatregel van betekenis mogen achten dat eiser zich ten aanzien van het onderzoek naar de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit niet dan wel onvoldoende coöperatief toont. Eiser is in het kader van voormelde vertrekplicht gehouden zijn medewerking aan de voorbereiding van zijn vertrek te verlenen. Eiser heeft in ieder geval tot 27 juli 2011 niet de medewerking aan het identiteitsonderzoek heeft verleend die van hem in het kader van zijn vertrekplicht mag worden verwacht. Zo heeft hij tijdens zijn presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten expliciet aangegeven dat hij niet terug wil naar Marokko en daarmee zijn terugkeer gefrustreerd. Voorts is van belang dat eiser tot laatstgenoemde datum geen enkele poging heeft gedaan zijn gestelde identiteit met documenten te onderbouwen. Verweerder heeft in dit kader ter zitting onweersproken gesteld dat eiser in Marokko een paspoort heeft en dat hij dit vooralsnog niet wil laten opsturen. Eerst op 2 september 2011 zijn kopieën van andere identiteitsdocumenten door verweerder ontvangen. De hierdoor ontstane vertraging in het identiteitsonderzoek dient onder voormelde omstandigheden voor eisers rekening en risico te komen. Voorts is geen sprake van een situatie waarin is komen vast te staan dat eiser niet zal kunnen voldoen aan zijn wettelijke vertrekplicht. Daarbij is van belang dat de Marokkaanse autoriteiten de laissez-passeraanvraag voor eiser nog in onderzoek hebben en over de voortgang daarvan door verweerder regelmatig wordt gerappelleerd. Ook wordt daarbij betrokken dat verweerder ter zitting heeft aangegeven dat de kopieën van de door eiser overgelegde documenten ter onderbouwing van zijn identiteit zijn doorgezonden naar de Marokkaanse autoriteiten. Nu in het geval van eiser sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onder sub a en sub b van de Terugkeerrichtlijn heeft verweerder niet in strijd met voormeld artikellid een verlengingsbesluit genomen. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het voortduren van vrijheidsontnemende maatregel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen