Rb. 's-Gravenhage 29 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7215
Vreemdelingenzaak. De weigering van de Minister voor Immigratie en Asiel (verweerder) om de vreemdeling (eiser) een document te verstrekken waaruit het rechtmatig verblijf als familielid van een burger van de Europese Unie blijkt, is rechtmatig. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen besluiten een onderzoek in te stellen naar de vraag of het huwelijk van eiser met zijn Poolse echtgenote is gesloten met als enig doel het in Richtlijn 2004/38/EG neergelegde recht van vrij verkeer en verblijf te kunnen genieten. Het gescheiden horen van eiser en zijn echtgenote is een passend middel om te beoordelen of de gerezen twijfel aan de oprechtheid van het huwelijk gegrond is. De door verweerder tegengeworpen tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser en zijn echtgenote rechtvaardigen verweerders conclusie dat het huwelijk is gesloten met als enig doel een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen. De weigering van het document waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, is een noodzakelijke maatregel in de zin van Richtlijn 2004/38/EG. Dat verweerder vooraf geen bedenkingen heeft geuit tegen het voorgenomen huwelijk, staat niet in de weg aan het weigeren van het gevraagde document.
De uitspraak op rechtspraak.nl