Rb. 's-Gravenhage 28 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6129

AA-procedure, opvang, COA, artikel 5, 1e lid, onder b, Rva. De rechtbank gaat er vanuit dat de weglating van de haakjes rond het woord ‘hoger’ in de tekst van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder b, Rva 2005, welke wijziging in 2006 is doorgevoerd, moet worden beschouwd als een kennelijke verschrijving. Het recht van het COA om de opvang van eiser te beëindigen kan geen grondslag hebben in het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder b, Rva 2005. Nu het beëindigen van de opvang van eiser geen grondslag vindt in het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder b, Rva 2005, kan de mededeling daarvan niet worden aangemerkt als slechts de uitvoering van een van rechtswege ingetreden gevolg. Er is daarentegen sprake van een (onjuist) rechtsoordeel van verweerder waarmee voor eiser grote belangen zijn verbonden. Dit rechtsoordeel is neergelegd in een (appellabel) besluit als bedoeld in artikel 5, Wet COA.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen