Rb. 's-Gravenhage 26 oktober 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4906

De rechtbank weerlegt in haar uitspraak de navolgende verweren. - De Legesverordening 2008 is onverbindend omdat de geraamde opbrengsten van de op de voet van deze verordening geheven leges de geraamde lasten ter zake overschrijden. De overheadkosten kunnen niet worden gerekend tot de ‘lasten ter zake’. - De opbrengsten van de bouwleges zijn onevenredig hoog in vergelijking met de opbrengsten leges die voor andere diensten worden geheven; de tarieven van de bouwleges zijn daarom in strijd met het recht. - De bouwkosten, waarover de leges zijn geheven, zijn berekend aan de hand van het normblad NEN 2631. Dit normblad is geen algemeen verbindend voorschrift en is niet op de voorgeschreven wijze vastgesteld en gepubliceerd zodat het niet (mede) aan de legesheffing ten grondslag kan liggen. - Het gevorderde bedrag staat niet in een redelijke verhouding tot de met de behandeling van de vergunningsaanvraag gemoeide kosten; het is zowel in absolute als in relatieve zin te hoog, ook omdat de vergunning van rechtswege is verleend. - Verweerder heeft de maatstaf waarnaar de leges zijn geheven onjuist berekend. Omdat eiser zelf bouwer/ontwikkelaar is zijn de bouwkosten aanmerkelijk lager.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen