Rb. 's-Gravenhage 3 november 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3557
Tussenvonnis. Poging tot moord. Verdachte moet ten aanzien van het tenlastegelegde als ontoerekeningsvatbaar worden beschouwd. De rechtbank staat voor de vraag of een maatregel en zo ja, welke aan verdachte moet worden opgelegd. Verdachte is in 2006 ook schuldig bevonden aan een poging tot moord. Ook toen is verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging en is aan hem de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (ex artikel 37 Sv) opgelegd. De deskundigen komen tot het advies om verdachte ook nu te plaatsen in een psychiatrisch ziekenhuis voor een periode van een jaar. Na afloop van de in 2006 opgelegde maatregel is de begeleiding overgenomen door de reguliere GGZ. Uit het feit dat verdachte begin 2011 wederom een zeer ernstig geweldsfeit heeft gepleegd leidt de rechtbank af dat noch verdachte noch de GGZ in staat zijn geweest om voorafgaand aan dit feit adequaat te reageren op een psychose. Vooralsnog is de rechtbank er niet van overtuigd dat de begeleiding door de GGZ daadwerkelijk de benodigde waarborgen zal bieden om de maatschappij en in het bijzonder de directe omgeving van verdachte te beschermen. De maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden lijkt die waarborgen wel te kunnen verschaffen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de mogelijkheid tot oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden dient te worden onderzocht. De rechtbank acht zich over de mogelijkheid tot oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden thans onvoldoende voorgelicht. Zij acht het derhalve noodzakelijk dat in deze zaak alsnog een rapport door de reclassering wordt opgemaakt omtrent de wijze waarop èn de voorwaarden waaronder een terbeschikkingstelling met voorwaarden zou kunnen worden opgelegd. Daarom wordt het onderzoek heropend en geschorst.
De uitspraak op rechtspraak.nl