Rb. 's-Gravenhage 23 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2744
AA-procedure / Beëindiging opvang / artikel 5, eerste lid, sub b, Rva 2005 / artikel 8:83, vierde lid, Awb Voor zover hier van belang is in de Staatscourant van 12 september 2006, nr. 177 / pag. 7 een wijziging van de tekst van artikel 5, eerste lid, sub b, van de Rva 2005 neergelegd. Deze wijziging bestaat daaruit dat, blijkens de toelichting, aan de tot dan geldende tekst de volgende passage is toegevoegd: voor zover uitzetting gedurende de behandeling van dit verzoek achterwege blijft. De rechter wijst er op dat in de toelichting op de wijziging van voornoemd artikel expliciet wordt opgemerkt dat met deze wijziging geen sprake is van een inhoudelijke wijziging. De rechter acht het dan ook bevreemdend dat met deze wijziging ook de haakjes zijn verdwenen die in de oorspronkelijke versie stonden rond het woord "hoger". Die weglating zou namelijk, strikt genomen, impliceren dat na een afgewezen asielverzoek enkel opvang wordt verleend indien binnen de vertrektermijn een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende een hoger beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is ingediend en niet ook, zoals blijkens de oorspronkelijke tekst het geval was, indien binnen de vertrektermijn een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende een beroepschrift bij de rechtbank is ingediend. Nu blijkens de toelichting geen inhoudelijke wijziging is beoogd en ook anderszins niet inzichtelijk is waarom de haakjes niet meer in de huidige tekst zijn opgenomen, gaat de rechter er vanuit dat in zoverre sprake is van een kennelijke verschrijving. De rechter is dan ook, mede gelet op het vorenstaande, van oordeel dat het recht van het COA om de opvang van verzoeker te beëindigen niet voortvloeit uit artikel 5, eerste lid, sub b, van de Rva 2005. Nu het COA echter heeft aangekondigd wel tot beëindiging van de opvang van verzoeker over te gaan, is de rechter van oordeel dat het belang van verzoeker om de uitspraak op zijn verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te mogen wachten met behoud van opvang, zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij onverkorte handhaving van de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl