Rb. 's-Gravenhage 9 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2330
Rijkswet op het Nederlanderschap. Verzoeker heeft wel de mogelijkheid gehad o.g.v. art. 6 lid 4 TOS binnen vijf jaar na het bereiken van de meerderjarigheid te opteren voor de Nederlandse nationaliteit, omdat hij indien hij op 25 november 1975 meerderjarig zou zijn geweest, de Nederlandse nationaliteit zou hebben behouden. Voor uitoefening van het optierecht gold echter (in 1989) dat de nationaliteit waarvoor werd geopteerd de nationaliteit moest zijn van het land waar men woonplaats had. Verzoeker woonde in 1989 in Suriname.
De uitspraak op rechtspraak.nl