Rb. 's-Gravenhage 17 augustus 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BT1695

Dat eiseres onjuiste gegevens heeft verstrekt is echter op zich onvoldoende om de intrekking te rechtvaardigen. Bepalend is of verweerder bij bekendheid met de juiste gegevens de verblijfsvergunning zou hebben verleend. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het asielrelaas van eiseres voor zover betreft haar homosexualiteit en de ondergane martelingen verzonnen is, gelet op de getuigenverklaringen. Gelet hierop zou verweerder geen verblijfsvergunning hebben verleend. De rechtbank stelt vast dat de getuigenverklaringen, waarnaar in het “Voorstel intrekken verblijfsrecht” van de korpschef van het regionaal politiekorps Noord-en Oost-Gelderland van 19 november 2009 wordt verwezen en waarnaar verweerder verwijst, zich niet bij de gedingstukken bevinden. Niet duidelijk is derhalve wie, naast de zus van eiseres, een verklaring heeft afgelegd en wat de inhoud van die getuigenverklaringen is. Die verklaringen zijn dan ook niet controleerbaar. De verwijzing naar die verklaringen biedt dan ook onvoldoende grondslag voor het standpunt van verweerder dat eiseres een verzonnen asielrelaas aan haar asielaanvraag ten grondslag heeft gelegd. De omstandigheid dat de betreffende getuigenverklaringen deel uitmaken van het zich bij het Openbaar Ministerie bevindende strafdossier en verweerder daarover niet kan beschikken, kan aan het vorenstaande niet afdoen. Die omstandigheid ontslaat verweerder, mede gelet op de op hem rustende bewijslast, niet van de plicht om bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis over de relevante feiten te vergaren door in het onderhavige geval zelf onderzoek te (doen) verrichten. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat de ten aanzien van eiseres gehanteerde intrekkingsgrond zich voordoet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen