Rb. 's-Gravenhage 9 september 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BS1096
Kon de staatssecretaris, ondanks het positieve advies van het Adviescollege Verloftoetsing TBS (AVT), in redelijkheid tot weigering van de machtiging komen? De voorzieningenrechter onderscheidt de volgende gronden in het besluit van de staatssecretaris: - eiser komt als levenslanggestrafte niet in aanmerking voor onbegeleid verlof, omdat de reden voor dit verlof, resocialisatie, zich niet voordoet; - de belangen van eiser zijn voldoende gediend met begeleid verlof, hetgeen ook waarborgt dat ongewenste confrontaties met slachtoffers/nabestaanden worden vermeden; - de belangen van eiser bij onbegeleid verlof wegen niet op tegen de belangen van de slachtoffers en nabestaanden en de maatschappelijke onrust die onbegeleid verlof zou veroorzaken. Met betrekking tot de eerstgenoemde grond geldt dat deze de beslissing niet kan dragen. Met betrekking tot de belangen van eiser geldt dat hij onmiskenbaar belang heeft bij onbegeleid verlof. Met betrekking tot de maatschappelijke onrust en de belangen van slachtoffers en nabestaanden overweegt de voorzieningenrechter dat hierin, zoals gedaagde onweersproken heeft gesteld, gegronde redenen gelegen kunnen zijn die in zijn algemeenheid in de weg staan aan de verlening van een verlofmachtiging. Daarbij is het van belang na te gaan welke specifieke omstandigheden in dat verband rond eiser in de afweging betrokken dienen te worden. Uit het in 2009 gehouden slachtofferonderzoek en uit de aandacht die deze zaak in de media en de politiek genereert, blijkt dat de impact van het door eiser gepleegde misdrijf, dat als buitengewoon ernstig en geruchtmakend geldt, na 28 jaar nog altijd groot is. Dat het verlenen van een machtiging onbegeleid verlof [..] grote onrust meebrengt - hetgeen ook door het AVT in weerwil van zijn eigen advies als bezwaarlijk wordt beschouwd - is dan ook begrijpelijk. Dat deze onrust zwaarwegender wordt geacht dan de belangen van eiser, die door de staatssecretaris zijn onderkend en meegewogen, en dat daarom de verlofaanvraag nu niet wordt ingewilligd, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet als onredelijk worden aangemerkt. Dit betekent dat - naar voorlopig oordeel - gedaagde in redelijkheid heeft kunnen besluiten de aanvraag machtiging onbegeleid verlof niet in te willigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl