Rb. 's-Gravenhage 8 augustus 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6510
Regulier,intrekking verblijfsvergunning,verblijf bij echtgenoot,inkomenseis,120%-norm,terugwerkende kracht,arrest Chakroun Verweerder meent dat met enkel het inkomen uit het dienstverband niet aan het inkomensvereiste werd voldaan, waarbij is uitgegaan van het ten tijde van eisers aanvraag (25 april 2006) geldende wettelijke vereiste, de 120%-norm. In het arrest Chakroun heeft het HvJEG evenwel geoordeeld dat deze norm niet in overeenstemming is met artikel 7, eerste lid, aanhef en sub c, van richtlijn 2003/86/EG. Dit impliceert dat de richtlijn, die uiterlijk op 3 oktober 2005 in nationaal recht diende te zijn omgezet door de lidstaten, op dit punt niet naar behoren is omgezet in nationaal recht, hetgeen ook ten tijde van eisers aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning op 25 april 2006 reeds het geval was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de 120%-norm bij de intrekking van de aan eiser verleende verblijfsvergunning, door verweerder niet met terugwerkende kracht gehanteerd kon worden als maatstaf om te bepalen of voldaan werd aan het middelenvereiste, nu dit vereiste van 120 procent op grond van voornoemd arrest in ieder geval met ingang van 3 oktober 2005 onrechtmatig blijkt te zijn geweest. Het zou anders zijn, indien de wijziging van de norm van 120 naar 100 procent destijds het gevolg was van een reguliere beleidswijziging, maar het gaat hier om een onrechtmatig bevonden norm, die destijds in eisers geval al niet gehanteerd had mogen worden en die hij daarom met succes juridisch had kunnen aanvechten. Het gaat dan niet aan in 2010 de onrechtmatige norm met terugwerkende kracht toe te passen.
De uitspraak op rechtspraak.nl