Rb. 's-Gravenhage 29 augustus 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6232
Kort geding. Het gevorderde gebod om teveel in detentie doorgebrachte tijd te verrekenen met een andere gevangenisstraf wordt afgewezen. Uitgangspunt is dat op gedaagde de verplichting rust de door de strafrechter opgelegde straffen en maatregelen ten uitvoer te leggen. Voor een afwijking van dit uitgangspunt dient een wettelijke grondslag te bestaan. Gesteld noch gebleken dat dat het geval is. De in artikel 90 lid 4 Sv bedoelde verrekeningsmogelijkheid is niet van toepassing nu geen sprake is van een beeindiging van de strafzaak zonder oplegging van een straf of maatregel. Door voeging van de zaken is immers sprake van één zaak, zodat niet aan de criteria van dat artikel is voldaan. Dat bij een niet gevoegde behandeling van de zaken een verrekening met het voorarrest ingevolge artikel 90 lid 4 Sv mogelijk zou zijn geweest, maakt het voorgaande niet anders. De bevoegdheid tot verrekening komt exclusief toe aan de strafrechter en dus niet aan gedaagde (het openbaar ministerie) of de voorzieningenrechter in kort geding.
De uitspraak op rechtspraak.nl