Rb. 's-Gravenhage 19 juli 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BR2455
Eiser beroept zich op een schending van artikel 10, eerste en tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn. Eiser stelt dat uit het besluit onvoldoende blijkt dat zorgvuldig met eiser, zijnde een minderjarige vreemdeling, rekening wordt gehouden omdat uit de rechtsmiddelenclausule blijkt dat het besluit geen schorsende werking kent en de opvang dreigt te worden beëindigd. De rechtbank is van oordeel dat met artikel 6 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) waaruit volgt dat het recht op opvang van een alleenstaande minderjarige vreemdeling eindigt indien de asielaanvraag die recht geeft op opvang is afgewezen en de uitzetting kan worden geëffectueerd, op de dag waarop de uitzetting wordt geëffectueerd, is voldaan aan het vereiste van artikel 10, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn. Met artikel 14 van de Vw 2000, artikel 3.56 van het Vb 2000 en de uitwerking hiervan in hoofdstuk B14/2.2.4 van de Vc 2000, waarin is aangegeven dat door verweerder voorafgaand aan de uitzetting dient te worden onderzocht of er sprake is van adequate opvang in het land van herkomst, is in zijn algemeenheid voldoende gevolg gegeven aan het vereiste van artikel 10, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl