Rb. 's-Gravenhage 24 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9260
Wrakingsverzoek afgewezen. Wrakingsprotocol van de rechtbank Den Haag voorziet niet in een regeling voor het geval de wrakingskamer van die rechtbank zitting houdt in een nevenzittingsplaats. Wrakingskamer is in haar huidige samenstelling o.g.v. art 40, lid 2 RO bevoegd het verzoek te behandelen. De enkele omstandigheid dat de rechter ter zitting heeft meegedeeld dat vast beleid van de Minister is dat wanneer voor de eerste keer een voorlopige voorziening is gevraagd ter zake van de weigering tot het verlenen van verblijfsstatus medisch – welke mededeling steun vindt in de paragraaf ‘rechtsmiddelen’ van de beschikking van de Minister van 21 februari 2011 – vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl