Rb. 's-Gravenhage 1 juni 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9188

Artikel 1, aanhef, onderdeel b, jo. artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De onderhavige zaak is met dertien andere zaken waarin dezelfde geschilpunten aanwezig zijn, ter zitting behandeld. In bezwaar heeft eiser een taxatierapport overgelegd. Eiser heeft in bezwaar om een proceskostenvergoeding verzocht. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de vergoeding van de door eiser gevraagde bezwaarkosten gedeeltelijk toegekend. In beroep is in geschil de hoogte van de wegingsfactor bij de door verweerder toegekende vergoeding van de bezwaarkosten voor beroepsmatige rechtsbijstand, de hoogte van de door verweerder aan eiser toegekende vergoeding voor het opstellen van een taxatierapport en het al dan niet toekennen van een vergoeding van de kosten van een deskundige voor het verschijnen op de hoorzitting. Met betrekking tot de vergoeding van de kosten van een deskundige voor het verschijnen op de hoorzitting overweegt de rechtbank als volgt. Eiser doet hierbij een beroep op artikel 7:8 van de Awb juncto artikel 1, aanhef en onderdeel b, en artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is het uitgebrachte taxatierapport het uitgangspunt van de inbreng van de taxateur als deskundige. Die kosten dienen te worden vergoed. Van een aanvullende vergoeding vanwege de aanwezigheid van de taxateur op de hoorzitting kan alleen dan sprake zijn, indien er gebleken is van een relevante aanvulling op het reeds uitgebrachte rapport. Niet gebleken is dat de taxateur als deskundige aanwezig was, nu uit de gedingstukken niet is gebleken van een bevraging aan de taxateur of van een door hem gegeven toelichting, waarbij hij als relevante aanvulling op het reeds uitgebrachte taxatierapport zijn standpunt als deskundige heeft uitgebracht. De ter zitting genoemde inbreng van de taxateur leidt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De inbreng betrof naar de rechtbank begrijpt een algemene toelichting enerzijds en de beschikbaarheid voor vragen van de zijde van de hoorcommissie anderzijds, in de situatie dat op de hoorzitting de daags daarvoor toegezonden 40 taxatierapporten, van de in totaal te bespreken zaken, mee waren genomen naar de hoorzitting. Concreet kon van de zijde van de gemachtigde evenwel niet worden aangegeven op welke zaken feitelijk vragen zijn beantwoord door de taxateur. Of de aard van die bevraging aansluit bij de rol van een deskundige valt dan ook niet te beoordelen. Of op de voorliggende zaak sprake is van de aanwezigheid van de taxateur als deskundige kan dan ook niet worden vastgesteld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen