Rb. 's-Gravenhage 25 mei 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7401
In geschil is of verweerder aan eiser - die werkzaamheden verricht als imam - op goede gronden bij de verleende verblijfsvergunning de arbeidsmarktaantekening: “Andere arbeid niet toegestaan”, heeft afgegeven. Eiser betoogt dat hij in aanmerking dient te komen voor de arbeidsmarktaantekening: "Arbeid vrij toegestaan". Hij verwijst daartoe naar artikel 4, tweede lid, van de Wav en artikel 2, aanhef en onder d, van het Besluit Wav alsmede naar paragraaf B5/3.2.2 van de Vc 2000. De rechtbank stelt vast dat in de Vw 2000 en de daarop gebaseerde regelgeving de verblijfsrechtelijke positie en de beperkingen waaraan deze onderhevig is, zijn geregeld. Eiser kan aan de Wav geen wijzigingen in de verblijfstitel dan wel enige aanspraak op het verkrijgen van een arbeidsmarktaantekening ontlenen. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2001 (LJN AD5932). Uit artikel 3.33 van het Vb 2000 in verbinding met artikel 3.31 van het Vb 2000 en paragraaf B5/4.1.3 van de Vc 2000 volgt dat eiser vanwege zijn beroep als geestelijk voorganger wordt uitgezonderd van de categorie vreemdelingen die na drie jaar bezit van een voor arbeid geldige verblijfsvergunning in aanmerking komen voor de aantekening “Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist”. Aantekening op eerdere document is kennelijke misslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl