Rb. 's-Gravenhage 10 mei 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5620

Vennootschapsbelasting, fiscale beleggingsinstelling, verzoek tegemoetkoming ter zake van buiten Nederland door inhouding geheven belasting. De rechtbank oordeelt dat de onderhavige Braziliaanse tax sparing credit moet worden aangemerkt als een “door inhouding geheven belasting” als bedoeld in artikel 28, lid 1, onderdeel b, Wet Vpb, waarnaar art. 6 van het Besluit Belegginginstellingen verwijst. Daarbij kent de rechtbank meer gewicht toe aan doel en strekking van de wettelijke bepalingen en van artikel 23 van het belastingverdrag met Brazilië dan aan de letterlijke bewoordingen van de wettelijke bepalingen. De rechtbank ziet in het arrest van de Hoge Raad van 1 juni 1994, nr. 28.844 (BNB 1994/260) geen aanleiding om in dit geval tot een ander oordeel te komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen