Rb. 's-Gravenhage 11 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2925
Eiser heeft geen concrete aanknopingspunten aangevoerd die kunnen leiden tot twijfel aan de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht van 29 februari 2000. Ten aanzien van eisers beroep op artikel 3 EVRM stelt de rechtbank vast dat verweerder in het bestreden besluit heeft overwogen dat de asielaanvraag van eiser van meer dan tien jaar geleden is en dat er aanleiding bestaat om te toetsen of het onthouden van een verblijfsvergunning disproportioneel is. Hieruit leidt de rechtbank af dat naar het oordeel van verweerder genoegzaam aannemelijk is gemaakt dat artikel 3 EVRM zich duurzaam verzet tegen de uitzetting van eiser naar Afghanistan. Verweerder heeft niet zonder meer kunnen overwegen dat eiser en zijn echtgenote bij de vestiging en intensivering van het gezinsleven wisten of konden weten dat aan eiser geen verblijf zou worden toegestaan. Het rechtmatig verblijf van eiser is eerst op 29 november 2006 daadwerkelijk beëindigd, waardoor geconcludeerd moet worden dat de kinderen van eiser allen zijn geboren gedurende eisers rechtmatige verblijf in Nederland. Beroep gegrond, vovo afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl