Rb. 's-Gravenhage 13 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ2573

Incidentele vordering waarbij de rechtsmacht en de relatieve bevoegdheid worden betwist. Rechtsmacht: de verschenen gedaagde stelt dat zij geen partij is bij de door eiseres gestelde overeenkomsten. Indien zij partij zou zijn bij de overeenkomsten, betreffen het volgens gedaagde koopovereenkomsten en geen overeenkomsten van geldlening zodat de Argentijnse rechter bevoegd is. De rechtbank oordeelt dat haar rechtsmacht toekomt, waarbij de stellingen van eiseres het uitgangspunt zijn, ook met betrekking tot de kwalificatie van de overeenkomsten. Hoofdzaak: de vorderingen komen niet voor toewijzing in aanmerking o.b.v. de grondslag die eiseres heeft gesteld. Voor aanvulling van rechtsgronden is geen ruimte.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen