Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ1655

Schriftelijk verzoek tot wraking van rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken. De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking voor zover het verzoek ziet op de handelwijze van mr.[X] tijdens de voorgeleiding op 24 september 2010 alsmede voor zover het verzoek ziet op de beslissing tot het benoemen van deskundigen Voor het overige wijst de rechtbank het verzoek af. Het beletten gevolg te geven aan enige vraag door de officier van justitie, de verdachte of diens raadsman gedaan, is een procedurele beslissing die de rechter-commissaris op grond van artikel 187b van het WvSv neemt. Dergelijke procedurele beslissingen kunnen volgens vaste jurisprudentie, behoudens bijkomende feiten en/of omstandigheden, geen grond voor wraking opleveren. Zodanige feiten en omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. Verzoekers stelling dat de getuigen onjuist hebben verklaard - wat daar verder van zij - is geen omstandigheid die aan mr. [X] te wijten is. Hierbij merkt de rechtbank op, dat de raadsvrouw van verdachte aanwezig is geweest tijdens de verhoren, op dit punt geen bezwaar heeft gemaakt en evenmin heeft verzocht de getuigen onder ede te stellen. Bovendien kan verzoeker de rechtbank verzoeken de getuigen opnieuw te (laten) horen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen