Rb. 's-Gravenhage 6 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0577
Weliswaar verblijft eiseres niet langer onrechtmatig in Nederland, doch dit betekent niet dat de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (hierna: de Terugkeerrichtlijn) aan het voortduren van de bewaring in de weg staat. Eiseres heeft eerst na haar inbewaringstelling een aanvraag om verblijf ingediend. Ten tijde van haar inbewaringstelling viel zij onder de werkingssfeer van de Terugkeerrichtlijn. Voorafgaand aan de inbewaringstelling is aan eiseres een terugkeerbesluit uitgevaardigd en daarmee is zij in de terugkeerprocedure terechtgekomen. De terugkeerprocedure loopt nog. Weliswaar is de werking daarvan tijdelijk opgeschort – door de ingediende reguliere aanvraag van eiseres -, maar eiseres is nog steeds een onderdaan van een derde land jegens wie een terugkeerprocedure loopt. Dit betekent dat eiseres op grond van artikel 15, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn in bewaring kon worden gehouden, ook al had zij een reguliere aanvraag om verblijf ingediend en derhalve rechtmatig verblijf. De bescherming ten aanzien van het voortduren van de bewaring zit niet in de Terugkeerrichtlijn, maar in de termijn genoemd in artikel 59, vierde lid, van de Vw 2000.
De uitspraak op rechtspraak.nl