Rb. 's-Gravenhage 1 april 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0217
Ongewenstverklaring 1 (F) Vluchtelingenverdrag Verweerder heeft in het bestreden besluit terecht overwogen dat geen aanleiding bestaat artikel 1(F) niet langer van toepassing te achten op eiser. Verweerder was voorts bevoegd om eiser ongewenst te verklaren op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw. Vervolgens ligt ter beoordeling voor of verweerder in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. (…). Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 24 juni 2009 ( 200806832/1/V2) ligt het op de weg van eiser om aan te tonen dat hij niet aan zijn vertrekplicht kan voldoen. Niet in geschil is dat eiser eerder in de Russische Federatie heeft verbleven. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn standpunt dat hij niet aan zijn vertrekplicht kan voldoen twee brieven aan de Russische ambassade van 13 oktober 2009 en 23 november 2009 overgelegd. In de eerste brief heeft eiser verzocht hem toe te laten tot de Russische Federatie en in de tweede brief heeft eiser geïnformeerd naar de status van dit verzoek. Verweerder heeft vorenstaande pogingen van eiser terecht onvoldoende geacht voor de conclusie dat eiser voldoende inspanning heeft geleverd teneinde aan zijn vertrekplicht te voldoen. Artikel 3 EVRM verzet zich derhalve niet duurzaam tegen de uitzetting van eiser. De ongewenstverklaring van eiser levert geen ongerechtvaardigde inbreuk op zijn privéleven op. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl