Rb. 's-Gravenhage 8 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9891

Kort geding. Het gevorderde gebod strekkende tot het staken van een incidenteel onderzoek door de Inspectie naar de kwaliteit van het onderwijs op de Algemene Hindoeschool en het gevorderde verbod strekkende tot gebruikmaking van gegevens uit dit onderzoek worden afgewezen. Naar aanleiding van signalen van bedreiging, geweld en intimidatie heeft de Inspectie gelet op de taakomschrijving in de Wot terecht besloten een incidenteel onderzoek in te stellen. De gekozen methode van onderzoek is op adequate wijze kenbaar gemaakt. De vragen in de enquête zijn vooralsnog niet op onzorgvuldige of ondeskundige wijze opgesteld. Er is geen schijn van partijdigheid gewekt. Evenmin is gebleken dat de gekozen onderzoeksmethode zo vergaand is of dat het imago van de school op dusdanige wijze wordt geschaad dat dit leidt tot onrechtmatigheid van het incidenteel onderzoek. Het onderzoek is voorts met voldoende waarborgen omkleed. Ter zake van de vordering strekkende tot beantwoording van vragen wordt eiseres met betrekking tot een deel van de vragen niet-ontvankelijk verklaard en wordt de vordering voor het overige afgewezen, nu beantwoording van die vragen in strijd zou zijn met het belang van het onderzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen