Rb. 's-Gravenhage 16 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9830
Wob verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat het Wob-verzoek met betrekking tot de gevraagde informatie over het aantal bijstandsfraudeurs aan wie bijstandverlening is gecontinueerd onvoldoende precies is geformuleerd door eiser. Verweerder diende enkel te beslissen op het aan hem voorliggende verzoek. Met betrekking tot het Wob-verzoek om informatie over het aantal bijstandsfraudeurs aan wie bijstandsverlening is beëindigd en aan wie de bijstandverstrekking op een later moment weer is hervat, is niet in geschil dat daarvoor geen document bestaat. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat het antwoord op deze vraag niet is te achterhalen, anders dan door onderzoek van alle individuele uitkeringsdossiers van de gemeente Leiden. De rechtbank is van oordeel dat de Wob niet voorziet in een dergelijke vergaringsplicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl