Rb. 's-Gravenhage 23 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9769
Meststoffenwet, legaliteitsbeginsel; geen bevoegdheid tot oplegging van een bestuurlijke boete op grond van artikel 51 van de Meststoffenwet. Uit de formulering van artikel 51 van de Meststoffenwet, in het bijzonder de zinsnede ‘ter zake van’, volgt dat verweerder op grond van dat artikel enkel bevoegd is een bestuurlijke boete op te leggen indien een van de in artikel 51 van de Meststoffenwet genoemde artikelen wordt overtreden. Nu in het voorliggende geval geen sprake is van een overtreding van artikel 34 van de Meststoffenwet als zodanig, maar van een overtreding van de op dat artikel gebaseerde lagere regelgeving, biedt artikel 51 van de Meststoffenwet verweerder niet de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen, te minder nu het hier een punitieve sanctie betreft. De door verweerder voorgestane redelijke uitleg van artikel 51 van de Meststoffenwet, op grond waarvan de bevoegdheid van verweerder tot oplegging van een boete in het voorliggende geval zou moeten worden ‘ingelezen’ in artikel 51 van de Meststoffenwet, is niet verenigbaar met het legaliteitsbeginsel, nu de begrippen ‘bij of krachtens’ en ‘ter zake van’ ieder een specifieke betekenis hebben binnen het systeem van wetgeving en daarom niet zonder meer aan elkaar gelijk te stellen zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl