Rb. 's-Gravenhage 15 februari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8136
Huurovereenkomst gesloten voor de duur van één jaar, direct voorafgegaan door een huurovereenkomst voor de duur van zes maanden. Deze duur kan niet worden beschouw als 'korte duur' in de zin van art. 7:232 lid 2 BW. Op grond van artikel 7:271 lid 1 BW eindigt een huurovereenkomst voor bepaalde duur niet door het enkele verloop van de overeengekomen periode. Er doen zich geen omstandigheden voor op grond waarvan een beroep op huurbescherming terzijde zou moeten worden gesteld. Niet aannemelijk geworden dat de vordering strekkende tot ontruiming van de woning in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De daartoe strekkende vordering afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl