Rb. 's-Gravenhage 13 januari 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP1655
Bewaring, negen maanden, niet langer rechtmatig na belangenafweging Naar het oordeel van de rechtbank is de voortduring van de maatregel in de onderhavige zaak na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet langer gerechtvaardigd te achten. De rechtbank overweegt daartoe dat eisers ongewenstverklaring en criminele antecedenten geen zelfstandige rol kunnen spelen bij de beoordeling of de maatregel van bewaring na 24 december 2010 nog kan voortduren. Openbare orde aspecten zijn niet in artikel 15, zesde lid, van de Terugkeerrichtlijn als reden voor verlenging van de termijn van zes maanden vermeld. Verder is in het arrest van het HvJ van 30 november 2009 (zaak nr. C-357/09, LJN: BK5471) in rechtsoverweging 70 overwogen dat de mogelijkheid om een persoon om redenen van openbare orde en openbare veiligheid in bewaring te stellen geen grondslag kan vinden in de Terugkeerrichtlijn. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aspecten van openbare orde of openbare veiligheid op zichzelf niet als reden kunnen dienen voor voortduring van de bewaring na zes maanden en dat bij de te maken belangenafweging en de te verrichten evenredigheidstoets in beginsel slechts die elementen kunnen worden betrokken die verband houden met het niet- meewerken door eiser. De rechtbank stelt vast dat verweerder ten aanzien van de ongewenstverklaring en criminele antecedenten onvoldoende heeft gemotiveerd waaruit dit verband bestaat. De rechtbank stelt vast dat de bewaring thans ruim negen maanden voortduurt. De omstandigheid dat eiser het onderzoek naar zijn identiteit en nationaliteit frustreert, weegt naar het oordeel van de rechtbank niet langer op tegen de duur van de bewaring. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt de onmiddellijke opheffing van de bewaring.
De uitspraak op rechtspraak.nl