Rb. 's-Gravenhage 11 november 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BQ0041
Arbeidsmarktaantekening geestelijk voorganger. Verweerder heeft in het bestreden besluit aan de aan eiser verleende verblijfsvergunning de arbeidsmarktaantekening ‘Andere arbeid niet toegestaan. TWV niet vereist’ gekoppeld en heeft daaraan ten grondslag gelegd dat het eiser op grond van artikel 3.33, eerste lid, van het Vb 2000 niet is toegestaan andere werkzaamheden te verrichten dan die als geestelijk voorganger of godsdienstleraar ten behoeve van de Stichting Moskee Al Mohsinien. De rechtbank overweegt dat op een verblijfsvergunning op de voet van artikel 50, derde lid, van de Vw 2000 een arbeidsmarktaantekening dient te worden aangebracht. Welke aantekening dat is, wordt bepaald door de WAV, die aangeeft in welk geval een TWV is vereist. Op grond van de WAV is een geestelijk voorganger/godsdienstleraar niet vrijgesteld van de TWV-plicht, zodat de werkgever van een dergelijke vreemdeling een TWV moet hebben. Deze regel is ook neergelegd in paragraaf B5/4.1 van de Vc 2000. De in het bestreden besluit verleende arbeidsmarktaantekening is dus onjuist. De rechtbank merkt nog op dat verweerder bij het opnieuw op de bezwaren beslissen dient te betrekken of het door eiser gestelde, dat hij al sinds 1998 in Nederland is, hij verschillende verblijfsvergunningen met arbeidsmarktaantekeningen heeft gehad en dat aan de besluiten van 26 maart 2008 en 28 januari 2009 de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’ verbonden was, gevolgen heeft, mede in het licht van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder c, van de WAV, gelezen in samenhang met artikel 2, aanhef en onder d, van het Besluit uitvoering WAV, voor de aan de thans bestreden vergunning verbonden arbeidsmarktaantekening
De uitspraak op rechtspraak.nl