Rb. 's-Gravenhage 22 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP9876
Beroep tegen opleggen boete aan discotheek op grond van Drank- en Horecawet (DHW) ongegrond. Verweerder heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat door eiseres in strijd met artikel 20, tweede lid, van de DHW aan de in het boeterapport genoemde twee jongens sterke drank is verstrekt zonder dat hun leeftijd is vastgesteld, terwijl zij niet onmiskenbaar 18 jaar oud waren. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de door de eigenaar van de discotheek gegeven instructies met betrekking tot de verkoop van sterke drank aan jongeren die niet onmiskenbaar de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, kennelijk onvoldoende zijn nu het uitgangspunt van artikel 20, tweede lid, van de DHW in het onderhavige geval genegeerd is. Van een situatie dat aan eiseres geen enkel verwijt kan worden gemaakt, op grond waarvan verweerder van boeteoplegging zou moeten afzien, is derhalve geen sprake. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl