Rb. 's-Gravenhage 30 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BP1482
Voortduring bewaring na 6 maanden, wijze van toetsing, strekking artikel 15, zesde lid, aanhef en onder b Terugkeerrichtlijn. De mogelijkheid voor verweerder om de bewaring na zes maanden te laten voortduren volgt uit artikel 59, eerste lid, van de Vw 2000. Wel dient dit artikellid richtlijnconform te worden toegepast. Dit betekent dat verweerder bij de voortduring na zes maanden niet alleen zal moeten bekijken of aan (een van) de criteria genoemd in artikel 15, zesde lid Terugkeerrichtlijn is voldaan, maar tevens of er redenen zijn om de bewaring na zes maanden te laten voortduren nu dit artikellid uitdrukkelijk bepaalt dat zulks slechts in beperkte mate kan. Naast verweerder heeft ook de rechter, als overheidsinstantie en binnen het kader van zijn bevoegdheden, de nakoming van de verplichtingen uit de richtlijn te verzekeren (o.m. HvJ C-62/00, Marks & Spencer, r.o. 24, LJN AV5152). Voor een terughoudende toets met betrekking tot de vraag of voortduring na zes maanden gerechtvaardigd is, is met ingang van 25 december 2010 dan ook geen plaats. De situatie dat “de nodige documentatie uit derde landen op zich laat wachten” als bedoeld in artikel 15, zesde lid, aanhef en onder b van de Terugkeerrichtlijn, is enkel van toepassing indien er concrete aanwijzingen zijn dat het een kwestie van niet al te lange tijd is dat de nodige documentatie uit derde landen zal arriveren.
De uitspraak op rechtspraak.nl