Rb. 's-Gravenhage 10 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO9064

De vreemdeling, die de Poolse nationaliteit heeft, is in bewaring gesteld. Het verblijfsrecht van de vreemdeling is beëindigd, de vreemdeling is ongewenst verklaard en zijn vertrektermijn is met toepassing van artikel 8.24, derde lid, van het Vb 2000 verkort tot nul uren. De behandeling van de vovo mag de vreemdeling ingevolge artikel 8.24, eerste lid, van het Vb 2000 hier te lande afwachten, maar de rechtbank ziet dat in dit geval als een tijdelijke belemmering, die vooralsnog niet leidt tot het oordeel dat geen sprake is van reëel zicht op uitzetting van eiser binnen redelijke termijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen