Rb. 's-Gravenhage 23 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8590
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag (in vereniging) op [slachtoffer]. Verder heeft verdachte zich gedurende een periode van twee maanden schuldig gemaakt aan het als lid van een criminele organisatie handelen in cocaïne. Verdachte heeft voorts een revolver en munitie voorhanden gehad. De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij zich in 2005 eveneens, zoals reeds vermeld ook samen met zijn broer, schuldig heeft gemaakt aan een ernstig geweldsmisdrijf. In 2000 is hij veroordeeld voor een hele serie misdrijven. Tussen 2000 en 2008 is verdachte nauwelijks op vrije voeten geweest, omdat hij beide malen een PIJ-maatregel kreeg opgelegd. De aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eisen naar het oordeel van de rechtbank - naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf - het opleggen van de maatregel tot terbeschikkingstelling van de verdachte, met bevel dat hij van overheidswege wordt verpleegd. Gevangenisstraf van 6 jaren en terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
De uitspraak op rechtspraak.nl