Rb. 's-Gravenhage 14 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO8443

Vreemdelingenwet 2000 / verruimde gezinshereniging Verweerder heeft onder ogen gezien dat aan de moeder van referent een positief advies is afgegeven, maar geconcludeerd dat dit in dit verband zonder betekenis is en dat daaraan door eisers (vader en zusje van referent) geen rechten kunnen worden ontleend. Deze conclusie is onjuist. Zonder nadere motivering valt niet in te zien waarom verweerder in het geval van de moeder van referent wel en in het geval van eisers niet voorbij gaat aan ter zake door artikel 3.24a Vb 2000 gestelde voorwaarden. Meer in het bijzonder moet worden geoordeeld dat mede in het licht van artikel 8 EVRM het afgegeven positieve advies voor de moeder van referent niet los kan worden gezien van onderhavige mvv-aanvragen die ertoe strekken het gezinsleven met referent en de moeder van referent (zijnde de echtgenote van eiser en de moeder van eiseres) hier te lande voort te zetten. Anders dan verweerder in het bestreden besluit van eiser heeft uiteengezet, laat artikel 3.24a van het Vb 2000 geen ruimte voor een nadere beoordeling of al dan niet sprake is van een feitelijke gezinsband.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen