Rb. 's-Gravenhage 16 december 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7552

Profijtontneming. Promis. WIM-zaak. Gifgasaanvallen op Koerden door Saddam Hussein in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Oude bepaling van artikel 36e Sr. van toepassing. Causaal verband. Op 9 mei 2007 is de Nederlandse zakenman Frans van A. (hierna: veroordeelde) door het gerechtshof te ’s-Gravenhage veroordeeld (LJN: BA4676) wegens medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van oorlogsmisdrijven. De oorlogsmisdrijven bestaan uit het inzetten van chemische strijdmiddelen tegen personen die zich bevonden in Koerdische gebieden in Irak en Iran, waaronder de aanvallen op 16 maart 1988 te Halabja, op 3 mei 1988 te Goktapa, 16 april 1987 te Alut, op 28 juni 1987 te Sardasht en op 22 juli 1988 te Zardeh. De door de veroordeelde gepleegde feiten bestaan uit het op verschillende tijdstippen opzettelijk leveren van thiodiglycol (TDG) bestemd voor de produktie van mosterdgas aan de Republiek van Iran.Oude materiële wetgeving is van toepassing; de bepaling van artikel 36e Sr. zoals deze gold vóór 1 maart 1993. Die toepassing leidt er toe dat uitsluitend het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel dat is voortgevloeid uit de leveringen van TDG, waarvan mosterdgasmunitie is vervaardigd, die bij de negen bewezenverklaarde chemische wapenaanvallen is ingezet, kan worden ontnomen. Daartoe moet het causaal verband tussen de leveringen van de TDG en de bewezenverklaarde aanvallen worden bewezen. De rechtbank concludeert op grond van getuigenverklaringen dat er in totaal ten minste 56 mosterdgasbommen zijn afgeworpen tijdens de chemische wapenaanvallen. Uitgangspunt bij de berekening is de totale hoeveelheid TDG (1116 ton) die de veroordeelde aan Irak heeft geleverd en de hoeveelheid mosterdgasmunitie die volgens UNSCOM gegevens onder het chemische wapenprogramma van Irak vanaf 1981 tot en met 1990 is geproduceerd. De rechtbank stelt vast dat de netto winst die de veroordeelde heeft behaald met de bij de aanvallen gebruikte TDG kan worden geschat op € 3.493,00 (afgerond) en legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 3.493,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen