Rb. 's-Gravenhage 5 november 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7515

EU-recht; familielid van EU-onderdaan; sticker; aantekening arbeid toegestaan; declaratoir; artikel 3.2 VV; artikel 72, lid 3, Vw 2000; procesbelang Eiser, de echtgenoot van een EU-onderdaan, heeft bezwaar gemaakt tegen het plaatsen van de sticker ‘verblijfsaantekening / algemeen’ (een feitelijke handeling) in zijn paspoort waarbij is aangegeven dat arbeid niet is toegestaan. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser op grond van zijn huwelijk rechtmatig verblijf heeft in Nederland en het recht heeft om in Nederland arbeid te verrichten en dat een tewerkstellingsvergunning hiervoor niet is vereist. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiser de eerdergenoemde rechten reeds had op het moment van de aanvraag en zo ja, of verweerder gehouden was om eiser ten tijde van de aanvraag in het bezit te stellen van een sticker ter bevestiging van deze rechten. De rechtbank oordeelt dat eisers recht op het moment van de aanvraag bestond én kon worden vastgesteld op basis van de beschikbare informatie. Eiser had naar het oordeel van de rechtbank reeds op dat moment recht op de gewenste sticker. De organisatorische consequenties van dat recht voor de IND, kunnen eiser dit recht niet ontnemen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen